Animal Health2 March 2016

Samenwerking Boehringer Ingelheim en Merial

Vetclass

Varkens App

    You are here

    Veranderde regelgeving antibiotica
17 maart 2017

Veranderde regelgeving antibiotica

Sinds 1 januari dit jaar is de UDD regeling versoepelt. Met de UDD regeling wordt bedoeld de wetgeving die gaat over het gebruik van antibiotica in de veehouderij. Deze regeling beschrijft ook de uitzondering voor het toedienen van antibiotica aan dieren door veehouders.

 

Hoe zit het nu eigenlijk?
In principe mogen antibiotica voor dieren alleen door dierenartsen worden toegediend. Voor professionele dierhouders (veehouders) wordt een uitzondering gemaakt, als ze aan bepaalde basis voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden staan beschreven in de UDD regeling. Zo moeten melkveehouders een bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan (BBP) hebben. En een dierenarts waarmee ze een schriftelijke overeenkomst hebben en die het bedrijf regelmatig bezoekt. In principe mogen er alleen eerste keus antibiotica op het BBP staan, een uitzondering hierop is mastitis. Voor mastitis mogen er nog steeds tweede keus injectoren op het bedrijfsbehandelplan staan. Dit blijft onveranderd van kracht. Veehouders mogen voor 15% van de voor mastitis vatbare dieren tweede keus injectoren op voorraad hebben. Dit geldt ook voor de eerste keus middelen.

Daarnaast mogen er nu ook tweede keus middelen voor maximaal drie andere bedrijfsspecifieke aandoeningen, zoals bijvoorbeeld kalverdiarree en luchtwegontstekingen, op het BBP staan. Dit moet wel goed door de dierenarts onderbouwd zijn. Ook moet voor het starten van een behandeling of uiterlijk binnen 24 uur contact worden opgenomen met de dierenarts. Dit mag telefonisch maar kan bijvoorbeeld ook met een whatsapp-bericht. De aanwezige voorraad op het bedrijf van deze tweede keus middelen mag voor maximaal 10% van de voor de aandoening vatbare dieren zijn.

Gericht behandelen
Om te bepalen of het gebruik van tweede keus mastitis injectoren op het bedrijf nodig is, wordt aangeraden om melkmonsters te laten onderzoeken; welke kiem is de veroorzaker en voor welke antibiotica is de kiem gevoelig. Eerste keuze middelen werken niet tegen alle soorten mastitis verwekkers, tweede keus middelen meestal wel. Daarnaast kunnen kiemen slecht- of ongevoelig zijn voor sommige antibiotica. Met de uitkomsten van melkmonsteronderzoek, kan er gericht behandeld worden.

Voor meer informatie zie www.ubrocare.nl of vraag uw dierenarts

 

Tekst: Monique Driesse

Heading Image: 

Heb je vragen?

Heb je nog vragen en/of opmerkingen dan kun je gebruik maken van ons contactformulier.